Hoe de tonen in het Javaans heten en hoe de afgekorte namen daarvan gebruikt kunnen worden in de gamelanles.
In gamelan kennen wij 2 toonschaalstemmingen: Slendro en Pelog
De stemming is microtonaal, dat wil zeggen: gebaseerd op een toonstelsel dat afwijkend is van de westerse muziek, gebruikmakend van kleinere toonschreden dan een halve toonafstand.
Hieronder lees je de traditionele namen, daarachter, tussen haakjes, de gebruiksnamen, en daarachter de verkorte namen, zoals die gezongen worden voor het aanleren van een muziekstuk.
Beide toonschaalstemmingen worden hier genoemd. (Kyai Slamet is een Slendro set)
Slendro (Pentatonisch):
1: Barang (siji) ji
2: Gulu (loro) ro
3: Dhådhå (telu) lu
5: Limå (limå) må
6: Nem (enem) nem

Pelog (Heptatonisch):
1: Penunggul (siji) ji
2: Gulu (loro) ro
3: Dhådhå (talu) lu
4: Pélog (papat) pat
5: Limå (limå) må
6: Nem (enem) nem
7: Barang (pitu) pi

Aanvullende opmerkingen:
Ons ensemble volgt de methode van Michiel en gebruikt de cijfernotatie en noemt de cijfers.
-Getallen met een punt erboven geven het hogere octaaf aan, en een punt eronder het lagere octaaf.
-Een punt op de plaats van een getal geeft een rust of aangehouden klank aan.
-Een streepje boven een getal of getallen geeft de duur van die noot of noten in dat gedeelte aan.

