Rob van Albada

Door Elsje Plantema

Op 29 mei 2023 overleed Rob van Albada. Rob was van grote betekenis voor de ontwikkeling van de Javaanse gamelan in Nederland. Hij zorgde dat er een complete gamelanset naar Amsterdam kwam, en dat was nog niet alles. Hoe deed hij dat?

Rob wordt op 6 mei 1939, een jaar vóór de Duitse inval, geboren in Amsterdam. Van zijn 3de tot zijn 6e jaar speelt zijn leven zich af op maar liefst 26 verschillende onderduikadressen, samen met zijn vader en zijn Joodse moeder. Zij overleven de oorlog, maar moeten verder zonder de ouders van Rob’s moeder, die in 1943 in het beruchte kamp Sobibor werden vermoord.

Rob en de gamelan

Als Rob een jaar of 12 is bezoekt hij met zijn moeder het Tropenmuseum en hoort daar Javaanse Gamelanmuziek. Rob is erg onder de indruk en vertelt er over aan zijn muziekleraar op het Montessorilyceum. Die blijkt Jaap Kunst te kennen. Zo komt Rob in contact met deze innemende gamelankenner en diens protegé Bernard IJzerdraat, bij wie Rob zelf gamelan leert spelen. Aan de gamelanlessen komt een eind als Bernard in 1956 naar Java vertrekt.

Na de HBS gaat Rob antropologie studeren en is hij een periode actief in de journalistiek. Voor het Algemeen Handelsblad en andere kranten doet hij nauwgezet verslag van de Sobibor processen in Hagen (Duitsland, 1965-66). Dat hij de confrontatie met de plek waar aan het leven van zijn grootouders een gruwelijk einde kwam niet uit de weg gaat tekent zijn moedige karakter.

Als in 1971-1972 de Javaanse gamelan- en dansleraar R. M. Ronosuripto in Nederland is gaat Rob weer gamelan spelen in het Tropenmuseum. Niet lang daarna ontwikkelt hij het plan om gamelaninstrumenten naar Nederland te halen en lesgroepen op te richten. Samen met zijn partner Marella richt Rob in 1975 de NAGA op: de Nederlandse Amateur Gamelan Vereniging, een mooi gevonden naam die verwijst naar de mythische reuzenslang die vaak de (gong)standaards van de gamelan siert:

Rob pakt het grondig aan en houdt vol als de eerste subsidieverzoeken niet worden gehonoreerd. Hij richt NAGA afdelingen op in Amsterdam, Utrecht en Arnhem en legt contact met conservatoria in de hoop daar een plek te krijgen voor de toekomstige gamelan. Bij het Sweelinck Conservatorium in Amsterdam krijgt hij al snel een toezegging. Het plan is om alleen de klinkende delen te bestellen op Java en alle standaards en onderstellen zelf te maken. Daartoe wordt de Werkgroep Instrumentenbouw opgericht, die naast Rob 5 leden telt.

In 1976 zegt de Stichting Zomerpostzegels 16.000 gulden toe voor de aanschaf van een gamelan slendro zonder onderstellen. Rob heeft goede contacten bij het Tropenmuseum / Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT). Joop ’t Hart, hoofd van de sectie Indonesië, legt contact met de gamelanmakerij van het hof Mangkunegaran, waar de bestelling wordt geplaatst.

Voor de Werkgroep Instrumentenbouw vraagt Rob bouwtekeningen op, hij neemt ook contact op met de leraar houtbewerking van de Amsterdamse LTS, voor advies.

Begin 1978 is de hele bestelling bij de gamelanmakerij in Solo klaar. Joop ’t Hart helpt met de exportvergunning en regelt zelfs gratis transport naar Nederland. In het jaarverslag van de NAGA schrijft Rob: “wij konden een reusachtige krat ophalen in de Coenhaven”.

De krat met instrumenten uit Indonesië in een loods aan de Coenhaven

Nu de onderstellen nog! Van de “Werkgroep Instrumentenbouw” is inmiddels iedereen afgehaakt, maar Rob gaat door. Hij mag een kamertje gebruiken van het Conservatorium op de Keizersgracht, en kan ook in het atelier van beeldhouwer René Nijssen terecht. Aftekenen, boren, frezen en lijmen doet hij zelf, maar voor bewerkingen met grote machines als bandschuurmachine en lintzaag gaat hij in zee met timmerbedrijfjes aan de Westerstraat, niet ver van het Conservatorium. Eindeloos versleept hij balken en ander hout. Hij bindt het op zijn fiets en gaat lopend op en neer.

De bouw van alle onderstellen duurt ongeveer vier maanden, Rob werkt de hele zomer van 1978 door. Af en toe komt er iemand helpen, zoals Nick Perrenet met wie hij de saron onderstellen bouwt, en op laatst speelt Pierre van de Winkel een grote rol. Maar het leeuwendeel doet Rob zelf.

Bouwtekening van een kenong onderstel, en het uiteindelijke resultaat:

Opmeten met de schuifmaat ↑

Voor de geschilderde ornamenten gebruikt Rob deze peking ↑ als voorbeeld

Peking met zelf gebouwd en beschilderd onderstel ↑

In het najaar van 1978 is de gamelan klaar, de NAGA gamelangroep kan gaan repeteren. Maar er is meer: dat zelfde najaar komen Rien en ik vol plannen terug uit Indonesië met al het materiaal voor onze eerste wayangvoorstelling*. Dankzij de gamelan die speelklaar in het conservatorium staat opgesteld kunnen we meteen aan de slag, een betere samenloop van omstandigheden is niet denkbaar. Met onze gloednieuwe groep Raras Budaya, Gamelan en Wayang gaan we alle muziekstukken voor de voorstelling instuderen. Er komt een gamelancursus voor studenten van de UvA en wat later ga ik ook lesgeven aan conservatoriumstudenten.

De bouwer van de gamelan, Bapak Soendoro, heeft de instrumenten de naam Kyai Tambang Suka meegegeven: “De Eerbiedwaardige Overbrenger van Vreugde”. De gamelan wordt ingewijd met een slametan (gezamenlijke rituele maaltijd) en verschillende Nederlandse gamelangroepen komen Kyai Tambang Suka bespelen.

In 1980 geeft Raras Budaya samen met Ronosuripto en de gamelangroep van Ernst Heins (Tropenmuseum) een voorstelling in het Openluchttheater van het Vondelpark. Zonder de NAGA gamelan was dat nooit mogelijk geweest omdat de museumgamelan onderdeel was van de collectie en het pand niet mocht verlaten. Voor componist Ton de Leeuw had dat als consequentie dat zijn compositie voor Javaanse Gamelan (Gending, 1975) nooit op concertpodia of buitenlandse festivals kon worden uitgevoerd, een flinke tegenvaller want er waren al uitnodigingen voor een tournee in Italië.

Repeteren op de NAGA gamelan voor het Openluchttheater (vlnr Just van Rossem, Pk Ronosuripto, Brooks Warren, Bu Ronosuripto en Ernst Heins)

In 1981 klonk Kyai Tambang Suka in het Holland Festival, met de wayangvoorstellingen van Raras Budaya. In 1982 speelden we op de Pasar Malam in de RAI:

vlnr Ben Arps, Rien Baartmans, Elsje Plantema, Cor Slager, Rob van Albada, Pamela Pattynama, Niels Walen en Eric Lemmers. Met nog alle door Rob gebouwde onderstellen.

In de loop der jaren heeft Rob geleidelijk onderstellen vervangen door exemplaren met houtsnijwerk uit Java. Maar er zijn in het Gamelanhuis nog steeds enkele rode onderstellen van zijn hand in gebruik:

Kyai Tambang Suka heeft inmiddels geklonken op talloze concertpodia in binnen- en buitenland, van Noorwegen tot Italië en van België tot Hongarije. In 1984 was er alsnog een openbare première van Gending van Ton de Leeuw, en werd zijn compositie gespeeld op het Nieuwe Muziekfestival van Darmstadt. Ook klonken de instrumenten in het Amstelhotel op een privéfeestje van de Rolling Stones en in de film Mata Hari, die werd opgenomen in Budapest.

Van het Conservatorium naar Pakhuis Wilhelmina

Met de sleutel van het conservatorium op zak konden wij ook ’s nachts en in het weekend terecht om de instrumenten voor optredens op te halen en terug te brengen. Maar na enkele inbraken – waarbij gelukkig geen gamelaninstrumenten werden gestolen – komt er een alarmsysteem en kunnen wij alleen nog tijdens openingtijden terecht. We hebben andere huisvesting nodig. De gamelan staat enkele jaren in de gymzaal van een oud schoolgebouw. Dan krijgt Rob contact met Radio Bangsa Jawa, een vereniging en radiostation van Javaanse Surinamers. Bangsa Jawa heeft een studio in Pakhuis Wilhelmina en de beschikking over een enorme zolder. Rob krijgt voor elkaar dat de gamelan op die zolder kan worden gehuisvest. We hebben daar jarenlang een fijne repetitieruimte, maar wel op driehoog en met een liftje waar veel instrumenten niet inpassen. Toch zijn we er gelukkig, ondanks de lekkages, de gloeiende hitte in de zomer en de kou in de winter. In de loop der jaren komen er meer gamelans naar de zolder, zoals de gamelan van Wiludyeng (Greet Voskuil) en de chromatische gamelan van Sinta, er is plek genoeg.

Zonder deze zolder, waar verschillende gamelangroepen samenkwamen, was er nu geen Gamelanhuis op de begane grond van Pakhuis Wilhelmina!

Als Rob’s missie om in diverse plaatsen een gamelan(groep) te realiseren is voltooid heft hij de NAGA op. Hij blijft actief als gamelanspeler in Caraka Kembang, de groep van Bapak Suhardi, die geliëerd is aan de Indonesische Ambassade. Ook geeft hij thuis op zijn eigen zolder gamelanles aan Indonesische studenten.

In de jaren ’90 komt er een nieuwe passie op Rob’s pad: hij stuit op verouderde Javaans-Nederlands woordenboeken, het meest recente is dat van Dr Th. Pigeaud uit 1938, dat sindsdien ongewijzigd herdrukt werd. Rob kennende kon dit maar tot één ding leiden: een nieuw woordenboek.

Jaarlijks gaat hij enkele maanden naar Java om via talloze informanten geluidsopnamen van streektaal te verzamelen die later tot geschreven tekst worden uitgewerkt. Hij bezoekt Javaanse auteurs en werkt samen met Universitas Indonesia in Depok en het KITLV (Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde) in Leiden. Thuis schrijft hij computerprogramma’s om de verzamelde informatie toe te voegen aan het woordenboek. De eerste druk verschijnt in 2007:

In de laatste periode van zijn leven was Rob bezig met een 3e editie, die echter nooit is afgekomen.

We gedenken Rob met respect, verwondering en dankbaarheid.

Rob rond de eerste uitgave van het woordenboek met de Javaanse schrijver Suparta Brata

 

* De Schending van Subadra – Wayang Kulit voorstelling in het Nederlands door Raras Budaya, met dhalang Rien Baartmans, Holland Festival 1981

 

~*~