De term karawitan (ꦏꦫꦮꦶꦠꦤ꧀) verwijst naar de klassieke gamelanmuziek en uitvoeringspraktijk, en komt van het Javaanse woord rawit (ꦫꦮꦶꦠ꧀), dat weer uit het Sanskriet stamt, en dat 'ingewikkeld' of 'fijn bewerkt' betekent, verwijzend naar het gevoel van zachtheid en elegantie dat in de Javaanse muziek wordt geïdealiseerd.
weetjes
Ketawang Puspawarna en ruimtesonde Voyager 1
Ketawang Puspawarna is nog steeds een van de begeleidende muziekstukken in mijn wekelijks terugkerende, traditionele dansoefeningen en Ketawang Puspawarna slendro manyura staat op het verlanglijstje van in te studeren composities met ons gamelan-ensemble.
Wist je dat deze compositie een heel bijzondere reis aan het maken is?
Op 5 september 1977 is Ketawang Puspawarna meegezonden op de Gouden Grammofoonplaat in de onbemande ruimtesonde Voyager 1, als groet in een van de representatieve geluiden van de mensheid aan buitenaardse beschavingen!
Na vele jaren is de Voyager 1 afgelopen december 2024 weer even in het nieuws geweest doordat amateurastronomen signalen ervan opgevangen hebben met de 68 jaar oude radiotelescoop in het Nederlandse Dwingeloo. Op dat moment bevond de sonde zich op 25 miljard kilometer van de aarde vandaan, en zendt nog altijd signalen naar onze planeet.

Voyager 1 met de Gouden Grammofoonplaat

de Plaat met instructies voor het afspelen! De Plaat bevat beelden en een verscheidenheid aan natuurlijke geluiden, zoals donder, vogels, muzikale selecties uit verschillende culturen en tijdperken, en gesproken groeten in 55 talen.
PUSPAWARNA ("diverse bloemen") is één van de beroemdste composities in Midden-Java.
De tekst verwijst naar verschillende soorten bloemen, die een verscheidenheid aan stemmingen / nuances symboliseren.
Tekst en melodie werden gepresenteerd door Pangeran Mangkunegara IV Surakarta (1853-1881), ter nagedachtenis aan zijn vrouw en concubine.
De opname van PUSPAWARNA gespeeld door de Paku Alaman paleis gamelan, Yogyakarta, werd geregisseerd door KRT Wasitodipuro ( KPH Notoprojo), opgenomen door Robert E. Brown en vervolgens toegevoegd aan Voyager's Gouden Grammofoonplaat.
PUSPAWARNA is een compositie waarvan de identiteit vervat zit in de gerongan (het deel gezongen door het mannenkoor); dat wil zeggen, het stuk is gecomponeerd op basis van de gerongan-melodie.
Er zijn negen verzen of strofen met poëtische tekst die oorspronkelijk voor dit mannenkoor zijn geschreven. Meestal worden van de negen verzen er slechts drie gezongen. Door gebrek aan bewijs kunnen we niet met zekerheid weten of alle negen verzen ooit in één uitvoering zijn gezongen. Het is mogelijk dat de negen geschreven strofen uitsluitend als literair werk werden beschouwd door literaire kringen op het moment dat het stuk werd gecomponeerd (dat wil zeggen de negentiende eeuw, die bekend stond als de periode van de literaire renaissance).
De gedichtenbundel waartoe PUSPAWARNA behoort, is een manuscript getiteld ‘Sendhon Langen Swara’, toegeschreven aan Mangkunegara IV.
De collectie bevat negen gedichten:
Langen Gita, Wala Gita, Raja Swala, Sita Mardawa, Puspa Warna, Puspanjala, Taru Pala, Puspa Giwang en Lebda Sari.
Elk gedicht heeft een ander aantal strofen, waarbij de Langen Gita er maar liefst twintig heeft.
Ketawang Puspawarna, gerongan-tekst van de negen strofen (oude spelling!):
1 – Kembang kentjur (sèdet): katjarjan anggung tjinatur, sèdet kang sarira, gandes ing wiraga, kèwes jèn ngandika, angenganjut djiwa.
2 – Kembang blimbing (maja): pinetik bali ing tembing, maja-maja sira wong pindha mustika, ratuning kusuma, patining wanodya.
3 – Kembang durèn (dalongop): sinawang sinambi lèrèn, dalongop kang warna, sumèh semunira, luwes pamitjara angengajuh drija.
4 – Kembang arèn (dangu): tumungkul anèng pang durèn, sadanguné kula, mulat ing paduka, ang(e)nggit puspita, temahan wijoga.
5 – Kembang gedhang (tuntut): manglung maripit balumbang, pantute wong ika, tedaking ngawirja, semuné djatmika, solahé pasadja.
6 – Kembang djati (djangleng): sinebar ngubengi panti, andjinggleng kawula, ngentosi paduka, sèwu datan njana, lamun nimbangana.
7 – Kembang djambé (majang): megar ngambar wajah soré, kemajangan kula, tamuan paduka, pangadjaping karsa, paringa nugraha.
8 – Kembang kapas (kapi): pinepes anggung pinapas, kapidereng kula, kedah ngèstu pada, tjumadonging karsa, badhé tan lenggana.
9 – Kembang pandhan (pudhak): mawur sumebar neng djogan, tumedhak paduka, ing panggènan kula, sampun wantjak drija, kawula srah djiwa.
Vertaling:
1. Bloem van de kencur-plant, waar altijd met bewondering over gesproken wordt, haar lichaam is goed gevormd en haar bewegingen sierlijk, ze is zo charmant in haar woorden dat je je meegesleept voelt.
2. De bloem van de blimbingboom komt, wanneer hij wordt geplukt, snel terug, ze straalt inderdaad zoet als een kostbaar juweel, zij is de koningin van bloemen en de essentie van vrouwen.
3. Bloem van de durianboom, je blijft staan om ernaar te kijken verbaasd over haar vorm, haar lieve glimlach en haar elegante toespraak omarmt de zintuigen.
4. Bloem van de suikerpalm buigt zich over de duriantakken, telkens als ik naar je kijk en als ik aan de bloem denk, word ik weemoedig.
5. Bloem van de bananenboom hangt over een vijver, het is geschikt voor mensen van adellijke afkomst een ingetogen uitdrukking en onaangetaste manieren hebben.
6. Bloem van de teakboom, verspreid door het hele huis, ik sta en kijk naar buiten en wacht op je eindeloos, niet wetende of je zal besluiten.
7. De bloem van de betelpalm opent ’s avonds geurig, ik ben overweldigd door uw bezoek in de hoop dat u uw gunst zult verlenen.
8. Bloem van de katoenplant, voortdurend afgesneden, ik verlang er sterk naar om je te aanbidden, om uw wensen onweerstaanbaar te vervullen.
9. Bloem van de pandanplant, verspreid over de vloer, als je bij mij thuis komt, wees niet bezorgd, ik zal me overgeven.
Raadsel-tekst, voorgedragen door de pesindhen (zangeres)
Jarwo purwo nunggal basaning baskara
Hamiwiti sinden sendoning pradonggo
En de isen-isen (opvulwoorden):
Ik geef hier wat isen-isen met hun vertaling:
rama(=vader), rama-rama (oh vader), ramane, yo mas (=jawel/nietwaar?, oudere broer/echtgenoot/vriend’)., éman éman (=het is jammer), gonès gonès (=charmant, verwijzend naar een spraakzaam meisje), radèn (adellijke aanspreektitel), bapak-né tholé (het is dom meneer), ha-lah yo mas (hé broer), lo-le-lo (melodieuze opvulling), kakang (broer)
en nog wat bekende isen-isen:
Rama-rama, ya nduk, gones, yomas-yomas, wong kuning, wong manis, bapakne, thole, ramane dhewe, raden, gonas ganes, wicarane, ayem tentrem sawangane, gandhes luwes sasolahe, rompyoh-romyoh ,sesinome, anteng tajem polatane, kadangku dewe
Als het penggérong (koor) zingt, gebruikt pesindhèn(zangeres) de tekst die door penggérong wordt gezongen.
In sommige delen van gendhing (de compositie) zingt het penggérong (mannenkoor) senggakan of alok, waarbij men een of meer woorden gebruikt zoals sooooooo, haké, dua lolo, enz. Deze korte melodieën of “gestileerde kreten” zijn bedoeld om de sfeer van het stuk op te wekken.
Tekst van de bawa MINTA JIVA
bawa MINTA JIVA, is het gedicht dat in de meest traditionele uitvoeringen, in solozang door een man, voorafgaat aan de ketawang:
Larasing rèh sang nahen kung
Ing dyah tan kapadaning sih
Kasangsaja ing turida
Rudatiné angranuhi
Ngrantjaka temah wigena
Ginupita ing saari
Rinipta pama puspita
Pantes patrapé kang warna

